Contact

Noaberhoes Lochuizen

Diepenheimseweg 32 A
7161 MJ  Neede
(0545) 29 27 80

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Herman ‘Broer’ te Woerds, verenigingsman in hart en nieren

Herman ‘Broer’ te Woerds is een begrip in Lochuizen. Geboren in februari 1930 als één-na-jongste in het gezin ter Woerds in Lochuizen, kreeg hij als kleinste van de jongens al gauw de naam broertje, later omgevormd tot ‘Broer’, de naam waaronder hij bekend is en die onlosmakelijk verbonden is met het verenigingsleven in Lochuizen.

In de tijd dat Herman in zijn puberleeftijd zat, was er weinig te doen in Lochuizen. Het enige vertier voor de jongens was voetballen in de weilanden, waar dan eerst de schapen nog uitgehaald moesten worden. Op zestienjarige leeftijd, in 1946, heeft Herman samen met zijn vrienden Anton en Jan Ligtenbarg, Henk ten Elsen, Johan Schepers en Johan Stokkers het initiatief genomen voetbalvereniging Lochuizen op te richten. De eerste competitie werd gespeeld in het weiland van Pierik, langs de Schipbeek, richting Markvelde. Er werd in de 3e klasse van de Gelderse Voetbalbond, de GVB. Ook heeft het nu afgegraven stuk land rechts over de Schipbeek vanaf Lochuizen gerekend, dienst gedaan als voetbalveld. Dit stuk land was door Schepers van het gelijknamige café in het buurtschap voor tachtig gulden per jaar verhuurd aan voetbalvereniging Lochuizen. De clubkleuren waren toen nog zwart en wit in plaats van het huidige rood en wit.

In 1950 werd de huidige locatie aan de Diepenheimseweg in gebruik genomen. Er was één veld en er waren geen douches. Wel een pomp met daaronder een lange bak om je te wassen. Herman speelde in die jaren in het het eerste elftal als ‘stopperspil’, nu beter bekend als laatste man. Zijn sprongkracht was formidabel en koppen kon hij als geen ander. Of zoals een van zijn neven zei: ‘Hij was de Epi Drost van Lochuizen.’

In 1957 trouwde Herman met Fiene Bauhuis. Het jonge stel woonde in bij de ouders aan de Diepenheimseweg. Hermans vader heeft uiteindelijk ook nog lang ingewoond bij het gezin van Herman, Fiene en hun kinderen.

In 1959 werd Herman voorzitter van voetbalvereniging Lochuizen. Herman was een doener, nam graag en vaak het voortouw. Hij realiseerde met leningen van de leden de financiering een nieuwe kleedkamer, die begin jaren ‘60 in gebruik werd genomen. Deze wijze van financieren leverde het meeste op: ‘Grote kans dat er wat blijft hangen’ en de lening werd dan ook vaak een gift. Een nieuw veld, verbouw of nieuwbouw baarde Herman geen zorgen. Onderhoud wel. Ook in die tijd was het soms lastig om vrijwilligers te vinden en te houden. Herman had daar iets op gevonden: gratis drinken voor vrijwilligers op zaterdag. En op de zaterdagochtend zette hij dan alvast twee grote emmers water klaar. In de periode van Hermans voorzitterschap deed ook het damesvoetbal haar intrede. Eind jaren 60 trainden de eerste dames en meisjes onder de naam van Lochuizen. En daarbij was ook zijn dochter Yvonne, die met haar jongensachtige uiterlijk van toen ook wel eens inviel in het jongensteam als Andre, Hermans zoon ziek was.

De vereniging groeide onder voorzitterschap van Herman en andere bestuursleden flink. Er kwamen jeugdelftallen. Andre voetbalde niet onverdienstelijk. Toen er van andere clubs belangstelling voor Andre kwam, was dat onbespreekbaar. Lochuizen ging voor alles. Hermans kleindochter- en zoon, Lincy en Rick houden de familietraditie in ere. Beiden voetballen bij Lochuizen. En dat vindt Herman fijn en belangrijk.

In 1975 werd de accommodatie uitgebreid met nieuwe kleedkamers met toiletten. En in 1976 werd de nieuw aangebouwde kantine in gebruik genomen. Dit was allemaal nodig om de toestroom van nieuwe leden en jeugdleden een goed en eigentijds onderkomen te bieden.

Als voorzitter dwong Herman respect af door altijd neutraal of met humor te reageren als het over mensen binnen de vereniging of bij andere voetbalclubs ging. Hij zag het positieve in mensen en kon dat naar voren brengen. Hij gaf als voorzitter een goed voorbeeld door hard mee te werken aan de bouw en het onderhoud van de accommodatie. Zijn inzet voor de voetbal en ook die van zijn vrouw Fiene waren groot. De toto kon bij de Ter Woerds worden ingeleverd. Dit leverde geld op voor de vereniging. Fiene waste en maakte zo nodig de voetbaltenues. Ook werd de bazaar op hun initiatief georganiseerd met als doel het inzamelen van geld voor de vereniging maar ook gezelligheid. Ook nu weer: alles voor de voetbal.

Bij die gezelligheid hoorde ook een borreltje. Zo ook bij de verhuurster van het voetbalveld Mellink waar de jaarlijkse afspraken werden beklonken met een borrel. ‘Ik weet wel waar ik die kan vinden’ zei Herman, stond op en deed een greep onder het aanrecht bij de Mellinks. Soms was het dan ook goed dat er nog niet zoveel alcoholcontroles waren.

In 1990 op legt Herman na 31 jaar de voorzittershamer van Voetbalvereniging Lochuizen neer. Onder zijn leiding had voetbalvereniging Lochuizen een enorme groei doorgemaakt. Hij wordt dan door de KNVB onderscheiden met de gouden speld. Het moment van deze huldiging is een kroon op het werk van Herman voor de voetbalvereniging Lochuizen geweest. Deze speld heeft hij met trots tot op het laatste moment gedragen. Door de nieuwe voorzitter Jan Roerink, wordt hij benoemd tot ere-voorzitter van de vereniging. Deze rol neemt hij serieus. Vaak laat hij zijn mening en die van de andere ouderen in de vereniging horen, ook aan het bestuur van het nieuw gevormde Noaberhoes waar de voetbalvereniging nu deel van uit maakt. Alles vanuit betrokkenheid bij zijn club, want zo voelde hij dat.

Na zijn pensionering wordt Herman lid van de VUT-ploeg. Deze groep ouderen werkt iedere vrijdagmiddag op het sportcomplex Nieuw Olthaar om de velden en het huidige Noaberhoes te onderhouden. Herman is er buiten de vrijdagmiddag om ook nog vaak te vinden. Er moet dan nog even een klusje worden afgemaakt of mollen worden gevangen. Dat Herman een sterk gesteld heeft, kan Jan Roerink bevestigen. ‘Ik herinner me nog goed dat we op het dak van de kantine aan het werk waren. Herman deed een stap naar achter en viel achterover van het dak, draaide zich om in z’n val, kwam op handen en voeten terecht, stond op en rekte zich uit en zei: Ik ben net een kat, komt op z’n pootjes terecht.’ En er werd weer verder gewerkt. Of die keer dat Herman de ballenvangers ophangt achter het doel. De ladder schoof weg en Herman hangt hoog in de lucht. ‘Jongs zet mi die ladder efkes terug, ik hol dat hangen neet zo lange vol’.

Er was ook iets dat Herman als verenigingsman pertinent weigert: lid worden van de ouderensoos in Lochuizen. ‘Dat is iets veur old’n, nich veur mi.‘ Wel is hij bouwer bij het paasvuur, waar hij op 81-jarige leeftijd toch maar mee stopt. Als oudste inwoner van Lochuizen mag hij vanaf dan jaarlijks het paasvuur aansteken. Herman houdt van ook van zingen. Hij is gehuldigd vanwege zijn 65-jarig lidmaatschap van zangkoor Ceacilia. Nog niet zolang geleden is hij daarmee gestopt omdat zijn gehoor te sterk achteruit was gegaan. Het kerkhof waar Fiene is begraven, kan rekenen op zijn inzet bij het onderhoud. En de buurt maakt vaak een praatje met Herman als hij in zijn tuin werkt, die er altijd mooi verzorgd bij ligt.

Op 8 oktober jongstleden heeft Herman de dag van z’n leven. Lochuizen voetbalt voor het eerst in 70 jaar in competitieverband tegen Neede. Aan de wedstrijd gaat een periode van acties door beide clubs vooraf. En op die zondag staan er wel 1500 toeschouwers langs de lijn, met grote spandoeken, vlaggen. Er is vuurwerk. Een geweldige sfeer. Herman vindt het spannend, rekent niet op een goede afloop voor Lochuizen, moedigt aan en geniet van zijn kleinzoon Rik die in het eerste elftal speelt. Lochuizen wint met 1-0 en Herman loopt met tranen in z’n ogen het veld af. ‘Dat ik dit nog mag meemaken, dat Lochuizen wint van Neede.’

De week na de enerverende derby wordt Herman ziek. Een blaasontsteking speelt hem parten. Met ernstige gevolgen. Zijn nieren worden aangetast. In het ziekenhuis geven ze hem geen hoop meer. Thuis geeft hij aan zijn kinderen en kleinkinderen mee dat het laatste gat in het hek bij Lochuizen nog gemaakt moet worden. Hij zegt erbij dat als hij zich morgen goed voelt, hij de broek aantrekt en nog even tang en draad pakt. Het is er niet meer van gekomen, die avond overlijdt Herman in het bijzijn van zijn kinderen. Tot op het laatst was zijn hart bij Lochuizen, helaas hebben zijn nieren het opgegeven. Lochuizen dankt je voor je tomeloze inzet en betrokkenheid.

Bijgaand de planning voor de kantine voor komend najaar

Klik op bijgevoegde link voor de planning:

Kantineplanner

 

Sponsoren

Otto Snijservice en Staalhandel BV
De Olde Molle
Keukenmontage ten Els
Klik op het logo om naar de website te gaan.